4/12

Volledig
thuis in de bibliotheek

'Hier zit ik rustig en toch niet alleen'

School 7 is de huiskamer van de stad. Bezoekers komen hier om de krant te lezen, te studeren, te werken of elkaar te ontmoeten. Menno Veenstra en Wies van den Berg zijn twee van de vaste gezichten. ‘Thuis is er altijd iets dat me afleidt. Hier zit ik rustig en toch niet alleen.’
Wies van den Berg (20) is zes dagen per week in de bibliotheek te vinden. ‘Ik ben aan het leren voor een examen. Dat heb ik nodig om toegelaten te worden tot de officiersopleiding van de marine.’ Ze kwam al door alle tests. ‘Het enige is dat ik een havodiploma heb en wiskunde op vwo-niveau moet hebben afgerond. Nu werk ik dus in een paar maanden door drie jaar leerstof heen.’ Het gaat haar goed af. ‘Ik vind het niet zo moeilijk. Het is interessant, alleen wel veel. Daarom ga ik in de bibliotheek zitten. Ik kan me hier veel beter en langer concentreren dan thuis.’Ondertussen gebeurt ook in de bibliotheek van alles om haar heen. Zo is ze lang niet de enige aan de grote leestafel. ‘Sommige mensen hier spreek ik dagelijks. Dat is gezellig, maar het belangrijkste is dat we hier allemaal komen om te werken. Dat motiveert. Als iedereen druk bezig is, ga je zelf ook lekker door.’ Terwijl ze vertelt lopen bezoekers in en uit, pruttelt de koffiemachine en zijn mensen druk in overleg op de Chesterfields. ‘Dat vind ik wel leuk. Er komt van alles voorbij. Vaak komen bezoekers een cursus doen in de grote zaal of ze gaan er zingen. Het geeft me het gevoel onder de mensen te zijn, zonder dat ze me van mijn werk houden.’ Wies lacht. ‘En als het zingen echt hard gaat, pak ik gewoon mijn koptelefoon.’ 

Uitgelezen plek

Ook Menno Veenstra (39) is bijna dagelijks te vinden in School 7. Hij heeft een bijzondere band met deze plek. ‘Ik ben 17 jaar lang depressief geweest. In al die jaren had ik niets gedaan waar ik trots op was. Ik was ook heel introvert. Toen ik op mijn 34e de diagnose ADD kreeg, veranderde er veel. Ik kreeg medicijnen en zette mijn eerste stappen naar buiten. De bibliotheek bleek daar de uitgelezen plek voor.’
Menno meldde zich aan als vrijwilliger. ‘KopGroep Bibliotheken is een vriendelijke organisatie. Hier durfde ik met mensen te praten en werd sociaal sterker. Dat is heel belangrijk geweest voor mijn herstel.’ Het vrijwilligerswerk ging hem zo goed af dat KopGroep hem vroeg of hij gebouwbeheerder wilde worden. ‘Ik viel compleet stil toen Anita het voorstelde. Dit was het eerste wat ik in jaren had bereikt.’ Menno zorgt in de avonduren voor het gebouw, bijvoorbeeld als er colleges zijn van de Volksuniversiteit. Maar wat doet hij dan overdag? ‘Ik leer. Vanaf het moment dat ik mijn diagnose kreeg, kwam ik erachter dat ik wel degelijk iets kan. Ik dacht altijd dat de gewone dingen niet voor me waren weggelegd, maar je kunt echt leren omgaan met depressie en ADD. Nu wil ik anderen daar graag bij helpen door lezingen te geven. Ik heb overwogen psychologie te gaan studeren, maar ik wilde het liever praktisch aanpakken. Ik leer dus zelfstandig, vanuit School 7 en verbind de theorie die ik nodig heb direct met mijn eigen ervaringen en de praktijk. Als ik thuis zou gaan studeren, bestaat de kans dat ik ga liggen niksen met mijn telefoon in mijn hand. De weg naar School 7 is een switch. Hier ga ik aan het werk. Voor mij blijft dit de plek om te groeien.’